Particuliere ziektekostenverzekering
De particuliere ziektekostenverzekering is er voor degenen
die niet ziekenfondsverzekerd zijn. De meeste particuliere verzekerden zijn ook
voor de AWBZ verzekerd.
Verschillende
verzekeringsmaatschappijen bieden particuliere ziektekostenverzekeringen aan.
Deze kunnen van elkaar verschillen in polisvoorwaarden en dekking. Sommige
werkgevers sluiten een collectieve ziektekostenverzekering af voor werknemers
die niet ziekenfondsverzekerd kunnen worden.
Standaardpakketpolis
Particuliere
ziektekostenverzekeraars zijn niet verplicht iedereen te accepteren voor hun
maatschappijpolis. Ze zijn wel verplicht bepaalde categorieën mensen te
accepteren voor de zogenaamde standaardpakketpolis. Bijvoorbeeld mensen die
zich vanuit het buitenland in Nederland vestigen of mensen die niet meer
ziekenfondsverzekerd kunnen blijven vanwege loongrensoverschrijding of leeftijd
(65-jarigen). Ook studenten zijn onder bepaalde voorwaarden verzekerd op basis
van de standaardpakketpolis.
De
standaardpakketpolisverzekering is geregeld in de Wet op de toegang tot
ziektekostenverzekeringen 1998 (WTZ). De inhoud van het verstrekkingenpakket
volgens de standaardpakketpolis komt in grote lijnen overeen met de
verstrekkingen op grond van de Ziekenfondswet.
Premie
De minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelt ieder jaar de maximale premie voor de
standaardpakketpolis vast. In 2002 bedraagt de premie € 299,70 per maand.
Daarnaast is er een speciale premie voor de zogenoemde
studentenstandaardpakketpolis; studenten betalen hiervoor € 33,95 per maand.
Wettelijke
bijdragen
Alle particulier verzekerden
- met of zonder standaardpakketpolis - betalen bovenop hun polispremie
bijdragen overeenkomstig de WTZ (Wet op de toegang tot
ziektekostenverzekeringen) en de Wet MOOZ (Wet medefinanciering
oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden).
De WTZ
draagt er zorg voor dat bejaarden en personen met een hoog medisch risico zich
toch kunnen verzekeren in de standaardpakketpolis. De premie is namelijk niet
voldoende om de kosten te dragen. Particulier verzekerden dragen door middel
van de WTZ-bijdrage bij aan de meerkosten die hierdoor ontstaan.
Met de
MOOZ-bijdrage worden de tekorten aangezuiverd die ontstaan in de
ziekenfondsverzekering, doordat hierin verhoudingsgewijs meer personen van 65
jaar en ouder zijn opgenomen. Studenten met een studentenstandaardpakketpolis
hoeven geen WTZ- en MOOZ-bijdragen te betalen.
Wettelijke
bijdragen per jaar (2002):
|
|
MOOZ
|
WTZ
|
|
tot 20 jaar
|
€ 40,80
|
€ 117,12
|
|
20 tot 65 jaar
|
€ 81,60
|
€ 234,24
|
|
65 jaar en ouder
|
€ 65,28
|
—
|
Bron: https://www.randstad.nl
Bromfietsverzekering
Bromfietsverzekering
- WA
Iedere
bromfietsers, scooterrijder en snorfietser is wettelijk verplicht om jaarlijks
een WA-verzekering af te sluiten. Deze verzekering dekt schade die u, rijdend
op uw brommer, scooter of snorfiets, toebrengt aan anderen. De WA-verzekering
dekt standaard tot ongeveer 1 miljoen euro. De premie voor een WA-verzekering wordt
landelijk vastgesteld, al berekenen sommige verzekeraars hogere premies voor
inwoners van grote steden. Ook verschillen de premies per soort voertuig. Zo is
een verzekering voor een automaat goedkoper dan die voor een voertuig met
versnellingen. En betaalt de bezitter van een snorfiets een lagere premie dan
die van een brommer.
Een bromfietsverzekering geldt alleen in de Benelux. Als u uw brommer, scooter
of snorfiets verder mee op reis wilt nemen moet u een groene kaart aanvragen
die in het land van bestemming geldig is. In Nederland gelden uw
verzekeringsplaatje, dat u op uw voertuig monteert, in combinatie met uw
verzekeringspapieren als verzekeringsbewijs.
Bromfietsverzekering
- casco
Als u wilt dat uw brommer, scooter of snorfiets ook verzekerd is tegen de
gevolgen van brand, diefstal, botsingen en slippartijen, kunt u daarvoor een
aanvullende cascoverzekering afsluiten. De premie hiervoor is afhankelijk van
de nieuwwaarde. Verzekeringsmaatschappijen stellen wel een groot aantal
voorwaarden voordat ze schade dekken. Zo weigeren ze bijvoorbeeld uit te keren
als de bromfiets of scooter is opgevoerd, de bestuurder geen helm droeg (bij
een ongeluk) of wanneer het voertuig niet voorzien was van een alarm en/of een
goed slot (bij diefstal). Bijna iedere verzekeraar hanteert bovendien standaard
een eigen risico, dat verschilt per bromfiets. Hoe duurder het voertuig, hoe
hoger het eigen risico. Het eigen risico bedraagt gemiddeld 10% van de
nieuwwaarde van het voertuig. Kortingen voor schadevrij rijden worden niet
gegeven. Het is altijd raadzaam goed te overwegen of een cascoverzekering wel
noodzakelijk is. Dit is eigenlijk alleen het geval wanneer uw bromfiets vrij
nieuw is, u er voor uw werk erg afhankelijk van bent, u de kosten voor
reparatie moeilijk zelf kunt bekostigen en/of geen gelegenheid heeft de brommer
veilig weg te zetten. In andere gevallen is het, vanwege de hoge kosten, vaak
raadzamer een cascoverzekering achterwege te laten.
Een
diefstalverzekering (als onderdeel van de cascoverzekering) voor een brommer,
scooter of snorfiets is overigens lang niet altijd af te sluiten. Het enorme
aantal diefstallen van (voornamelijk) scooters heeft ertoe geleid dat
verzekeraars terughoudend zijn geworden in het aanbieden van dergelijke
verzekeringen. In sommige steden is het zelfs onmogelijk geworden een
diefstalverzekering af te sluiten. Is het wel mogelijk, dan loopt u het risico
een premie ter hoogte van de aanschafprijs van een gloednieuwe scooter te
moeten betalen. Mocht u wel een diefstalverzekering af kunnen (en willen)
sluiten dan geldt meestal een eigen risico van 10% (voor goedkope brommers, tot
ongeveer 750 euro), 15% (voor brommers tussen de 750 en 1000 euro) of 20% (voor
duurdere brommers) van de nieuwwaarde.